Bevoegd en bekwaam in de zorg: wat betekent dit voor uitzendkrachten?

Een zorgprofessional heeft het juiste diploma en voldoende werkervaring. Betekent dat automatisch dat diegene alle voorkomende handelingen mag uitvoeren?

Niet altijd.

Bij het inzetten van zorgprofessionals zijn bevoegdheid én bekwaamheid belangrijk. Dat geldt voor medewerkers in vaste dienst, maar net zo goed voor uitzendkrachten en andere tijdelijk ingehuurde zorgverleners.

Voor zorgorganisaties is het daarom belangrijk om niet alleen te kijken naar een functietitel of diploma, maar ook naar de werkzaamheden die iemand daadwerkelijk gaat uitvoeren en naar de actuele kennis en vaardigheden van die professional.

Wat is het verschil tussen bevoegd en bekwaam?

De begrippen bevoegd en bekwaam worden vaak in één adem genoemd, maar betekenen niet hetzelfde.

Bevoegdheid gaat over de vraag of iemand een handeling binnen de geldende wettelijke en professionele kaders mag uitvoeren. Bij zogenoemde voorbehouden handelingen speelt de Wet BIG hierin een belangrijke rol.

Bekwaamheid gaat over de vraag of iemand daadwerkelijk beschikt over voldoende actuele kennis en vaardigheden om een bepaalde handeling veilig en verantwoord uit te voeren.

Een diploma of BIG-registratie zegt daarom niet automatisch dat iemand iedere handeling die binnen een zorgorganisatie voorkomt ook daadwerkelijk beheerst.

Het BIG-register maakt hetzelfde onderscheid. Een BIG-registratie geeft duidelijkheid over de bevoegdheid om een geregistreerd beroep uit te oefenen. Bij het uitvoeren van voorbehouden handelingen blijft daarnaast van belang of de zorgverlener voor de betreffende handeling bekwaam is.

Een diploma betekent niet automatisch dat iemand iedere handeling beheerst

Een zorgdiploma laat zien dat iemand een bepaalde opleiding succesvol heeft afgerond en vormt daarmee een belangrijke basis voor de inzet van een zorgprofessional.

Bekwaamheid is echter niet onbeperkt houdbaar.

Iemand kan tijdens een opleiding een bepaalde handeling hebben geleerd, maar die handeling daarna lange tijd niet meer hebben uitgevoerd. Ook kunnen protocollen, materialen, medische hulpmiddelen en werkwijzen veranderen.

Daarom moet niet alleen worden gekeken naar wat iemand ooit heeft geleerd, maar ook naar de actuele kennis, praktische ervaring en vaardigheden.

De kernvraag is dus niet alleen:

Heeft deze zorgprofessional dit ooit geleerd?

maar ook:

Kan deze zorgprofessional deze handeling op dit moment veilig en verantwoord uitvoeren?

Wat zijn voorbehouden handelingen?

De Wet BIG kent zogenoemde voorbehouden handelingen. Dit zijn medische handelingen waarvoor wettelijke regels gelden vanwege de mogelijke risico's voor de patiënt of cliënt.

Voorbeelden zijn onder meer bepaalde heelkundige handelingen, injecties, puncties en katheterisaties.

De Wet BIG bepaalt welke zorgverleners voor bepaalde voorbehouden handelingen zelfstandig bevoegd zijn. Ook wanneer iemand zelfstandig bevoegd is, blijft bekwaamheid van belang.

Niet iedere zorgprofessional die een voorbehouden handeling uitvoert, hoeft overigens zelfstandig bevoegd te zijn.

Een niet-zelfstandig bevoegde zorgverlener kan onder voorwaarden een voorbehouden handeling in opdracht uitvoeren. De zelfstandig bevoegde opdrachtgever moet dan onder andere kunnen aannemen dat degene die de opdracht krijgt bekwaam is en dit controleren.

Afhankelijk van de situatie kunnen daarnaast aanwijzingen, toezicht en de mogelijkheid tot tussenkomst nodig zijn. Degene die de handeling uitvoert moet zelf eveneens over de benodigde kennis en vaardigheden beschikken.

Niet iedere risicovolle handeling is een voorbehouden handeling

Dat onderscheid is belangrijk.

In de dagelijkse zorg worden veel verpleegtechnische en risicovolle handelingen uitgevoerd die niet allemaal wettelijk als voorbehouden handeling zijn aangewezen.

Dat een handeling niet onder de wettelijke categorie voorbehouden handelingen valt, betekent echter niet dat iedereen deze zonder meer kan uitvoeren.

Ook bij andere risicovolle werkzaamheden kunnen opleiding, instructie, ervaring, professionele standaarden, protocollen van de zorgorganisatie en kennis van gebruikte hulpmiddelen bepalend zijn voor de vraag of iemand de handeling veilig kan uitvoeren.

De zorgorganisatie moet daarom breder kijken dan alleen naar de vraag of iets formeel een voorbehouden handeling volgens de Wet BIG is.

Geldt dit ook voor uitzendkrachten?

Ja.

Voor een uitzendkracht gelden bij het uitvoeren van zorginhoudelijke werkzaamheden geen lagere kwaliteitseisen omdat iemand tijdelijk of via een externe partij wordt ingezet.

Een zorgprofessional die via een uitzendbureau werkt, moet eveneens voldoende gekwalificeerd en bekwaam zijn voor de werkzaamheden die hij of zij uitvoert en, wanneer de wet dat vereist, aan de geldende voorwaarden voor bevoegdheid voldoen.

Een uitzendbureau kan daarin een belangrijk deel van de voorbereiding verzorgen, bijvoorbeeld door diploma's, registraties, scholing, werkervaring en bekwaamheden vooraf te controleren en vast te leggen.

De zorgorganisatie waar de professional daadwerkelijk gaat werken, houdt echter een eigen verantwoordelijkheid.

Die organisatie kent immers de cliënten, lokale protocollen, gebruikte medische hulpmiddelen, werkwijzen en specifieke risico's van de locatie.

De IGJ heeft juist bij de inzet van externe medewerkers aandacht gevraagd voor dit punt. De inspectie constateerde bij onderzoek naar medische hulpmiddelen dat externe medewerkers niet altijd voldoende worden meegenomen in scholings- en bekwaamheidsbeleid. De zorgaanbieder blijft ook bij de inzet van een externe kracht verantwoordelijk voor het borgen van de benodigde vaardigheden.

Wie bepaalt of iemand bekwaam is?

Bekwaamheid is niet met één document voor iedere situatie definitief vast te stellen.

Bij de beoordeling kunnen verschillende factoren een rol spelen, zoals opleiding, aanvullende scholing, praktische toetsing, werkervaring, hoe recent en hoe vaak iemand een handeling uitvoert en kennis van de relevante protocollen en hulpmiddelen.

Ook de zorgprofessional zelf heeft hierin een belangrijke verantwoordelijkheid. Wie onvoldoende kennis of vaardigheid heeft om een handeling verantwoord uit te voeren, moet dit aangeven en de handeling niet uitvoeren zonder dat de benodigde voorwaarden zijn geregeld.

Bij voorbehouden handelingen die in opdracht worden uitgevoerd, stelt de Wet BIG bovendien expliciete eisen aan zowel de opdrachtgever als de uitvoerder.

Een algemene mededeling dat iemand "bevoegd en bekwaam" is, zegt daarom op zichzelf niet voldoende. De beoordeling moet aansluiten bij de concrete werkzaamheden die iemand gaat uitvoeren.

Hoe lang blijft iemand bekwaam?

Hierover bestaat in de praktijk regelmatig verwarring.

Er bestaat geen algemene wettelijke regel die bepaalt dat alle bekwaamheden bijvoorbeeld één, twee of drie jaar geldig zijn.

Hoe vaak scholing, toetsing of herbeoordeling nodig is, hangt onder andere samen met de aard en het risico van de handeling, hoe vaak iemand deze uitvoert, veranderingen in werkwijzen of protocollen en het beleid van de organisatie.

De IGJ ziet in de praktijk dan ook verschillende scholingsfrequenties. Sommige zorgaanbieders hanteren jaarlijkse of tweejaarlijkse scholing, terwijl andere organisaties andere systemen gebruiken. De inspectie benadrukt vooral dat duidelijk moet zijn hoe vaardigheden worden geborgd, ook bij externe medewerkers.

Een certificaat met een bepaalde geldigheidsduur is daarom niet hetzelfde als een wettelijke garantie dat iemand gedurende die volledige periode automatisch bekwaam blijft.

Het uitgangspunt blijft altijd dat een zorgprofessional op het moment van uitvoeren daadwerkelijk over voldoende kennis en vaardigheden moet beschikken.

Het ZBBN-beleid: minimaal eens per drie jaar scholing of toetsing

ZBBN heeft voor verpleegtechnische en risicovolle handelingen een eigen kwaliteitsnorm vastgesteld.

ZBBN hanteert als uitgangspunt dat aantoonbare bekwaamheid voor verpleegtechnische en risicovolle handelingen ten minste eenmaal per drie jaar opnieuw wordt geschoold of getoetst.

ZBBN werkt hiervoor met vaste scholingspartners. Na succesvolle afronding ontvangt de zorgprofessional een certificaat en worden de geregistreerde bekwaamheden bijgewerkt. Voor de scholing kunnen, waar van toepassing, accreditatiepunten worden toegekend binnen het Kwaliteitsregister V&V van V&VN.

De termijn van drie jaar is daarbij nadrukkelijk een interne kwaliteitsnorm van ZBBN en geen algemene wettelijke geldigheidsduur van bekwaamheid.

Ook betekent onze driejaarstermijn niet dat in iedere situatie drie jaar kan worden gewacht.

ZBBN kan tussentijds aanvullende scholing, instructie of toetsing verplicht stellen wanneer daar aanleiding voor bestaat. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij:

  • weinig recente praktijkervaring met een bepaalde handeling;
  • gewijzigde protocollen, werkwijzen of hulpmiddelen;
  • een incident of andere aanleiding tot herbeoordeling;
  • twijfel over de actuele bekwaamheid;
  • specifieke eisen van een opdrachtgever.

Zo combineren we een vaste periodieke kwaliteitsnorm met de mogelijkheid om eerder in te grijpen wanneer de praktijk daarom vraagt.

Waarom kiest ZBBN voor deze driejaarstermijn?

Een vast scholingsmoment voorkomt dat alleen wordt vertrouwd op kennis of vaardigheden die iemand jaren geleden heeft opgedaan.

Door verpleegtechnische en risicovolle handelingen periodiek opnieuw onder de aandacht te brengen, kunnen kennis en vaardigheden worden opgefrist en kan worden beoordeeld of aanvullende scholing nodig is.

Tegelijkertijd willen we voorkomen dat de termijn zelf een doel wordt.

Een certificaat dat nog binnen de vastgestelde termijn valt, ontslaat niemand van de verplichting kritisch te kijken naar de actuele bekwaamheid. Wanneer een zorgprofessional een bepaalde handeling nauwelijks uitvoert of wanneer de werkwijze verandert, kan eerder scholing of toetsing nodig zijn.

Daarom geldt binnen ZBBN:

drie jaar is het maximale reguliere interval, niet automatisch een garantie van bekwaamheid gedurende drie jaar.

Wat betekent een BIG-registratie?

Voor verschillende zorgberoepen is registratie in het BIG-register wettelijk geregeld.

Verpleegkundige is bijvoorbeeld een zogenoemd artikel 3-beroep. Voor zulke beroepen is de beroepstitel beschermd en is registratie in het BIG-register vereist om die titel te mogen voeren.

Een actuele BIG-registratie kan daarom een belangrijk onderdeel zijn van de screening van een zorgprofessional.

Maar ook hier geldt: een BIG-registratie en actuele bekwaamheid zijn niet hetzelfde.

Een registratie laat zien dat iemand bevoegd is het betreffende geregistreerde beroep uit te oefenen. Of iemand een specifieke handeling op dat moment daadwerkelijk voldoende beheerst, moet afzonderlijk worden beoordeeld.

Voor functies waarvoor geen BIG-registratie geldt, kunnen vanzelfsprekend andere diploma-, opleiding- en functie-eisen van toepassing zijn.

Hoe gaat ZBBN om met bekwaamheden?

Bij ZBBN kijken we vooraf niet alleen naar het diploma van een zorgprofessional.

Tijdens de inschrijving controleren en registreren we onder andere de opleiding, relevante werkervaring en de bekwaamheden die bij de functie horen. Diploma's worden gecontroleerd en waar mogelijk geverifieerd via DUO. Waar een BIG-registratie voor de functie relevant of vereist is, kan ook de actuele registratie worden gecontroleerd.

Voor verpleegtechnische en risicovolle handelingen hanteren we vervolgens onze eigen driejaarstermijn voor aantoonbare scholing of toetsing.

ZBBN zorgt ervoor dat de benodigde periodieke scholing wordt aangeboden. Na succesvolle afronding wordt het geaccrediteerde certificaat opgenomen in het dossier en worden de geregistreerde bekwaamheden bijgewerkt.

Als de situatie daarom vraagt, wachten we niet tot het reguliere scholingsmoment. Bij onvoldoende recente ervaring, gewijzigde protocollen, incidenten, twijfel over de actuele bekwaamheid of aanvullende eisen vanuit een opdrachtgever kan eerder scholing of toetsing plaatsvinden.

Daarmee willen we de bekwaamheden van onze zorgprofessionals niet alleen administratief vastleggen, maar ook actief onderhouden.

De opdrachtgever blijft verantwoordelijk voor de inzet op locatie

De controles, scholing en dossiervorming door ZBBN ondersteunen zorgorganisaties bij een zorgvuldige inzet van tijdelijk personeel.

Ze nemen de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever echter niet over.

De zorgorganisatie moet zelf beoordelen of de professional binnen de concrete werkomgeving verantwoord kan worden ingezet.

Daarbij kunnen bijvoorbeeld cliëntgebonden risico's, lokale protocollen, de gebruikte apparatuur, medicatieprocessen, werkafspraken en de mogelijkheid tot begeleiding, toezicht of tussenkomst een rol spelen.

Dat sluit aan bij de lijn van de IGJ: ook wanneer een externe zorgprofessional wordt ingezet, moet de zorgaanbieder de benodigde vaardigheden rondom de werkzaamheden binnen de eigen organisatie borgen. 

Lees in ons artikel over de vergewisplicht bij het inhuren van zorgpersoneel daar meer over. 

Wat kan een zorgorganisatie bij de start controleren?

Een goede beoordeling begint voordat de eerste dienst wordt gewerkt. In de praktijk is het verstandig om onder meer vast te stellen welke functie iemand gaat vervullen, welke werkzaamheden daarbij op de betreffende locatie voorkomen en welke aanvullende bekwaamheden daarvoor noodzakelijk zijn.

Vervolgens kunnen de beschikbare diploma's, registraties, certificaten, scholing en werkervaring worden betrokken bij de beoordeling.

Waar nodig kan de organisatie daarnaast lokale instructie of inwerking verzorgen. Een zorgprofessional kan immers aantoonbaar geschoold zijn voor een bepaalde handeling, maar nog niet bekend zijn met een specifiek hulpmiddel, protocol of werkproces van de betreffende locatie.

Precies daarom vullen screening door ZBBN en beoordeling door de opdrachtgever elkaar aan.

Screening, scholing en lokale beoordeling horen bij elkaar

Een goede inzet van tijdelijk personeel vraagt om meer dan alleen een passend diploma.

ZBBN kan vooraf controleren welke kwalificaties, ervaring, scholing en geregistreerde bekwaamheden een zorgprofessional heeft. We zorgen daarnaast voor periodieke scholing van verpleegtechnische en risicovolle handelingen volgens ons eigen kwaliteitsbeleid.

De zorgorganisatie beoordeelt vervolgens of dit past bij de werkzaamheden en omstandigheden op de betreffende locatie.

Door deze stappen op elkaar aan te laten sluiten, ontstaat een completer beeld dan wanneer alleen wordt gekeken naar een functietitel of certificaat.

Een professional kan immers volledig gekwalificeerd zijn voor een functie, terwijl voor een specifieke handeling aanvullende instructie of toetsing nodig is. Andersom kan iemand veel praktijkervaring hebben, terwijl nog steeds moet worden gecontroleerd of de formele voorwaarden voor de betreffende handeling correct zijn geregeld.

Bevoegd én bekwaam: beide zijn belangrijk voor veilige zorg

Uiteindelijk gaat het om twee vragen:

Mag deze zorgprofessional deze werkzaamheden uitvoeren?

en:

Kan deze zorgprofessional deze werkzaamheden op dit moment veilig en verantwoord uitvoeren?

Voor uitzendkrachten gelden daarbij dezelfde uitgangspunten als voor andere zorgverleners.

ZBBN ondersteunt dat proces door kwalificaties en bekwaamheden te controleren, periodieke scholing te organiseren en relevante certificaten en gegevens in het dossier vast te leggen.

Voor verpleegtechnische en risicovolle handelingen hanteren we daarbij als eigen norm dat aantoonbare bekwaamheid ten minste eenmaal per drie jaar opnieuw wordt geschoold of getoetst, met tussentijdse scholing of toetsing wanneer daar aanleiding voor bestaat.

De opdrachtgever blijft vervolgens verantwoordelijk voor de beoordeling of de zorgprofessional binnen de eigen organisatie, voor de betreffende cliënten en werkzaamheden, verantwoord kan worden ingezet.

Zo dragen goede screening, actuele scholing en een zorgvuldige beoordeling op locatie samen bij aan veilige en kwalitatief goede zorg.

Zorgpersoneel inzetten via ZBBN?

ZBBN ondersteunt zorgorganisaties in de ouderenzorg en gehandicaptenzorg bij de inzet van gekwalificeerde zorgprofessionals.

We verzorgen de werving, screening, matching en begeleiding en leggen relevante documenten, kwalificaties, scholing en bekwaamheden vast. Daarnaast zorgen we ervoor dat verpleegtechnische en risicovolle handelingen volgens ons kwaliteitsbeleid periodiek worden bijgeschoold of getoetst.

Zo beschikt de opdrachtgever over relevante informatie voor de eigen beoordeling van de zorgprofessional.

Wil je weten hoe we onze zorgprofessionals screenen en scholen of heb je tijdelijk zorgpersoneel nodig? Bekijk onze pagina voor  zorginstellingen of neem gerust  contact met ons op.